|
Mijn buren V. en D. komen thuis na een feestje. Dat feestje is er overigens elke week. V: Hoe kunde nou toch zowiets zegge, Dirk. D: De hebbik nie gezi, Vera. V: Nou zulle we ut kriege. D: Wa..? V: Ik heb ut zelluf geheurd. D: De hebbik nie gezi. V: De hedde wel gezi. D: De hebbik nie gezi De bekende ja en nee-spelletjes. Een dronkenmansdialoog die tot diep in de nacht doorgaat en muren op hun grondvesten doet trillen. Gehorige huizen eisen hun tol en dit soort gekrakeel komt regelmatig voor. Mijn hemel, ik heb er een zoveelste nacht niet van kunnen slapen. Toen dacht ik: laat ik eens een brief schrijven. Diezelfde ochtend heb ik nog de boodschap op papier gezet en gepost: Dirk, de hedde WEL gezi. Daar had ik hem mooi tuk mee, want: V. de hele week schateren en hij superstil. Tot ik op het eind van de week een nieuwe brief op hun deurmat deed belanden: Dirk, bij nader inzien: De hedde NIE gezi. Met stomheid geslagen die buren van mij. Mer ik haj een feestje.
|