|
( Beste lezers. Omdat het de maand is van het spannende boek, een kort fragment uit mijn binnenkort te verschijnen roman. Het wordt een schilderachtige thriller, getiteld: Het Van Rijn-mysterie.) HOOFDSTUK 3 (gedeeltelijk) “Lang niet gezien...”, sprak Haasje in de deuropening. Ze zag er wat bescheten uit vond Govert. “Graag gedaan, ” voegde hij er alleszeggend aan toe. Restaurant “De Mee-eter” was een goedkope eetgelegenheid. De naam bezorgde Govert Visvanger direct een overvol gevoel. Wat beslist de bedoeling moest zijn van restaurants, dacht Govert, maar dan altijd pas achteraf. Haasje scheen hier vaker te komen. Ze bewoog met zekere tred door het etablissement en bleef regelmatig stilstaan bij een vrije tafel. “Deze maar doen?”, pleitte ze na een uitgebreide queeste. “... dan kijken we gezellig uit over het park.” Govert ging voor de bijl en dacht er het zijne van. Haasje met haar gekwebbel. Ze praatte te veel, maar ze deed in ieder geval haar best om het hem naar de zin te maken. Na het eten besloot Govert ter zake te komen. “Luister, Haasje. Jij weet toch alles van Rembrandt?” “Dat wil zeggen, ik doceer kunstgeschiedenis en ik ben gespecialiseerd in de Hollandse meesters. So what? ” “Je moet me helpen.” “Vertel op, Goofie.” Toen was het even stil “De nachtwacht, Haasje. Er is iets mis met dat schilderij. ” “Je maakt me nieuwsgierig.” “Never mind. Ik heb gisteren in den Haag een merkwaardige ontdekking gedaan.” Den Haag, 23 km. Govert Visvanger reed bijna nooit te hard. Nu evenwel moest er gas bij. Hij begaf zich met een fijne stuurbeweging naar de linkerrijbaan van de snelweg en gleed laconiek de zojuist nog voor hem rijdende Mercedes, volgepropt met Anderlanders, voorbij. Met Haasje had Govert wat in te halen. Terwijl Govert haar instinctief een sigaret voorhield, liet hij zich meevoeren in een roes van vrouwenzweet en snelweggedruis.
|